Marc van Gessel is sinds begin dit jaar eigenaar van Herstelwijzer. Zijn bedrijf is gevestigd in de kliniek van Kop & Lijf in Bussum. Daar heeft hij zijn eigen praktijkruimte waarin hij hulpvragers ontvangt en hen een luisterend oor biedt. Hij noemt het ‘wijzer werken aan cliëntherstel’.

“Herstelwijzer is opgericht door én vanuit ervaring. Drank was in mijn leven de enige constante factor”, vertelt Van Gessel die in Muiderberg woont, maar van oorsprong uit Naarden komt. “Ik weet namelijk hoe lastig het kan zijn wanneer je niet meer mee doet, je wereld steeds kleiner lijkt te worden en je roep of schreeuw om hulp niet wordt opgemerkt of verstaan.” Na 25 jaar actief alcoholgebruiker te zijn geweest is het hem gelukt een andere koers te gaan varen en zijn leven een enorme wending te geven.

De nu 45-jarige Marc woont tot zijn twintigste in Tuindorp Keverdijk in Naarden. Hij doorloopt met gemak de lagere en middelbare school; de Beckerschool en de Ministerpark Mavo. Daarna fietst hij dagelijks naar Huizen. Daar volgt hij op de Gemeenlanden en het Dudok College een kantoor-/verkoopopleiding. Hij leert daar onder meer zijn vlotte babbel die hem later helpt om mensen om de tuin te leiden. “Ik wilde helemaal geen snelle verkoper worden, maar het was op dat moment het enige dat bij me paste. Het ontbrak me echt aan alle ambitie.” En dat terwijl hij kan leren als de beste. “Daar ben ik overigens niet trots op hoor, laat ik dat echt voorop stellen”, zegt hij bescheiden. “Maar er is een legendarisch voorbeeld dat ik op de dag van mijn examens ‘s morgens vroeg mijn moeder wakker maakte en vroeg: waar ligt eigenlijk mijn schooltas?”

‘Jeetje wat moet dat voor jou vervelend zijn geweest dat ik ten koste van jou een podium pakte’

Terugkijkend op die schoolperiode komt Marc tot één conclusie: het was niet leuk. “En dat ligt vooral aan mezelf”, gaat hij verder. Hij heeft vreselijke moeite om aansluiting te vinden. “Ik had het gevoel nergens bij te horen. Dat had voornamelijk met een stuk verlegenheid van mezelf te maken. Ik probeerde een beetje uit zicht te blijven, hoewel mijn lengte me daarbij niet hielp, want ik was vrij groot. Tegelijkertijd wilde ik wel meetellen en gezien worden.” Dat doet hij vooral door het vragen van negatieve aandacht. “Ik was erg goed in het maken van (verkeerde) grappen; soms flauw, maar ook kwetsend richting mijn klasgenoten.”
Daar heeft hij vrijwel direct spijt van. “Als ik iemand goed in de maling had genomen had ik de lachers op m’n hand, maar later – op de terugweg naar huis – realiseerde ik me dat ik iemand echt had gekwetst. Ondertussen had ik wel even het gevoel gehad ergens bij te horen.” Met pijn in zijn hart denkt hij daar heden ten dage nog regelmatig aan terug. “Misschien komt er nog wel een moment dat ik met deze mensen kan goedmaken. Wellicht zijn zij het allang vergeten, maar ik niet! Ik zou het willen zeggen: jeetje wat moet dat voor jou vervelend zijn geweest dat ik ten koste van jou een podium pakte. Tegelijkertijd kan ik de pijn voelen die zij mogelijk op dat moment hebben gevoeld.”

Voor de buitenwereld is het gezin Van Gessel een doorsnee gezin; vader, moeder en – vier jaar oudere – zus. Marc: “Het ging allemaal best prima, maar het was geen plek waar we makkelijk emoties konden delen. Het uiten ervan hebben we dan ook niet geleerd.” Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg, niet zeuren en mouwen opstropen waren de motto’s binnen het gezin. Hij neemt dat zijn ouders overigens niet kwalijk. “Zij deden het met de wijsheid die zij op dat moment hadden. Er was ook niet veel ruimte voor, want we hadden veel aanloop van vrienden, bekenden en familie.” Financieel waren er geen tekorten. De kleding was piekfijn in orde. “Er was ook een boot. Maar als wij naar daar naar toen gingen, zat de visite op het grasveld ons al op te wachten. Dat klinkt heel gezellig, maar tegelijkertijd betekende dat er weer geen ruimte was voor ons. We waren weinig alleen met z’n viertjes.” Hij ziet dat ook terug bij zijn zus.

Op z’n zestiende komt de scholier terecht – zoals hij dat zelf zegt – in de ‘grote mensenwereld’. Te lui om zelf een stageplek te regelen voor zijn verkoopopleiding zorgt moeder ervoor dat hij kan werken bij de Garant Markt aan de Mackaylaan in Naarden. “Daar was ik op m’n plek”, veert hij op. “Ik kreeg een rol, een taak én een identiteit. Dat vond ik best gaaf. En wat ik helemaal fantastisch vond, was de vrijdagmiddagborrel. Want na een aantal drankjes kwam ik in een roes terecht, werd gehoord en er werd gelachen om mijn grapjes die gewoon grappig waren. En die roes wilde ik never nooit meer kwijt, en dat is best gelukt”, zegt hij spottend. “Dat is meteen de harde werkelijkheid die erachter schuilt, want mijn hele persoonlijke ontwikkeling is daar gestopt. Dat is is een heel groot omslagmoment geworden, want waar het op m’n zestiende begon, eindigt ook alles op m’n zestiende.”

Normaal gesproken ben je na het drinken van een biertje niet verslaafd, maar thuis worden door pa de kratjes bier wekelijks naar binnen gesleept. Marc: “En dat werd vaak in combinatie met jonge jenever gedronken.” Vader drinkt – net als zíjn vader – meer dan gezond is, en op zondag komt de familie altijd bij oma samen. “Daar kwamen om 11.30 uur de eerste biertjes op tafel. Dat werd later voor mij natuurlijk ook een feestje.” Moeder, die overigens alleen een glaasje voor de gezelligheid drinkt, is daar na de geboorte van de kinderen helemaal mee gestopt. Later zegt Marc, die net als zijn zus als kind vanwege hun astma regelmatig naar Heideheuvel in Hilversum gebracht moet worden, daarover: “Er moest er toch eentje nuchter zijn.” Marc drinkt na de vrijdagborrel thuis – met pa –  rustig verder en duikt daarna – zonder te hebben gegeten – de kroeg in. Op zaterdag is dat een herhaling van zetten. Omdat fietsen of brommeren met drank op niet verstandig is, krijgt hij moeder zover om taxi voor hem te spelen; ze brengt en haalt hem. Hij wordt hierin al snel gefaciliteerd. Marc gaat verder met manipuleren, want met voldoende drank in het lichaam verdwijnt de onzekere Marc naar de achtergrond en voert het zelfvertrouwen de boventoon.”Natuurlijk is het een masker, maar het werkte wel. Ik durfde te gaan zingen – dat kan ik best goed – en kreeg daardoor aandacht.” Zijn uitgaansleven speelde zich af in heel het Gooi, maar Gooiland, De Jaargang en De Generaal waren wel favoriet.

Onderwijl rondt de tiener wel zijn studie af en wordt hij drie jaar later – op z’n 19de – zelfs bedrijfsleider in de lokale supermarkt. Dat gaat prima. “Overdag dronk ik niet, maar leefde ik op de roes van de avond daarvoor.” Hij drinkt dan zes à zeven flesjes bier per avond met uitschieters in het weekend. In de periode heeft hij omgang met de meest mooie meiden die hij ontmoet in het uitgaansleven. Maar zij vinden natuurlijk wel wat van zijn drankgebruik, want alles staat dan al in het teken van het ‘gebruik’. “Als ze me er – terecht – op aanspraken, stuurde ik ze weg of zweeg ik ze dood waardoor ze zelf wel weggingen. Vreselijk…”  Marc woont dan nog altijd thuis en heeft geld als water. Alles gaat op aan de drank (”ik gaf overal rondjes”). Daarop terugkijkend zegt hij: “Mijn doelstelling was altijd dat ik op m’n 24ste een Porsche 911 zou rijden. Dat had absoluut kunnen lukken. Nu is het een groene Golf.”

Op zijn 20ste verhuist hij naar een appartement in Almere (”het showmodel was geregeld”). Daar gaat hij stuk; hij kent niemand in de vreemde stad aan de andere kant van het water. “Het mooiste was dat er aan de overkant wel een café zat. Dat zat ik dan iedere avond en leefde vrolijk verder.” Als hij 23 jaar is, verlaat hij – met reden – de ‘super’. Met het schaamrood op z’n kaken vertelt hij dat hij met de bedrijfswagen vanuit het Gooi naar Almere rijdt. Onderweg botst hij tegen wegafzettingspalen en raakt hij de vangrail. Eenmaal thuis wacht de politie hem op. Hij wordt in de boeien geslagen, moet een nachtje brommen en raakt zijn rijbewijs kwijt. “Ik ben nog steeds ontzettend dankbaar dat ik niemand onderweg heb geraakt”, vertelt hij. Pa en ma komen hem de volgende dag ophalen – eenmaal thuis drinkt hij direct een Bacardi-cola (”mijn moeder furieus en mijn vader viel me bij omdat ik wel geschrokken zou zijn”). De schade aan de auto moet Marc vergoeden. Een paar dagen later mag hij met zijn ouders mee op vakantie naar Zeeland. “Hartje zomer met vijfhonderd meter verderop een pleincafé. In combinatie met zon en zee zaten mijn vader en ik daar helemaal op onze plek.” De woning in Almere is einde verhaal, hij komt weer thuis wonen.

We maken even een sprongetje in de tijd. Marc woont inmiddels in Muiderberg en gaat tot drie jaar terug verschillende commerciële uitdagingen aan. Altijd in loondienst en de drank bepaalt nog altijd zijn leven. In de lokale kroeg leert hij de moeder van zijn nu 12-jarige zoon kennen. “We hadden een gemeenschappelijk passie: drank.” Ze speelt hockey en kwam na de training naar het dorpscafé. We raakten aan de praat en kwartier later vroeg ze of ik mee ging naar Turkije want haar vriendin had afgezegd. Na anderhalve maand woonden we samen.” In de relatie wordt een zoon geboren. Marc: “Onderwijl had ik van haar wel waarschuwingen over mij drankgebruik gekregen. Om haar te pleasen heb ik een rondje AA gedaan, maar ik nam het niet serieus. Toch heb ik toen zes weken niet gedronken  – en nu kan ik zeggen dat ik me destijds best heel goed voelde – maar ik nam haar weer in de maling.” Marc drinkt stiekem als zijn vriendin en zoon boodschappen gaan doen (”had het lichamelijk en geestelijk ook nodig, want de ontwenning begon; zweten, trillen, nerveus. Alles schreeuwde om drank”). Vijf jaar terug strandt de relatie. De verhouding met zijn zoon is prima (”hij gaat op school heel goed en volgt tweetalig VWO”). Marc vindt het vaderschap ‘supergaaf’, maar heeft angst dat zijn zoon – aangezien verslaving genetisch bepaald is – in de voetsporen van zijn ouders treedt.

Na de scheiding ligt zijn ex-vriendin behoorlijk in de kreukels. Het is Marc die haar naar een verslavingskliniek brengt. “Ze is daar enorm van opgeknapt en maakte verstandige keuzes. Ze ging leven volgens het 12-stappenprogramma en maakte in positieve zin een ontwikkeling door. En ik vond haar gek, maar onderwijl wist ik dat ik verkeerd bezig was. Ze is in herstel en nog altijd clean.” Marc raakt geestelijk en lichamelijk in verval en kan zich amper staande houden (”van douchen moest ik een kwartier bijkomen” en “spiritueel was ik dood”). Hij loopt nog wel in pak en maskeert nare geurtjes met een overload aan aftershave. Ook gebruikt hij oogcrèmes en mascara om er nog een beetje fris uit te zien. Cognitief is er weinig van hem over en uiteindelijk constateert zijn huisarts een burn-out. “Toen had ik nog meer tijd om te drinken.” Moeder houdt zijn zoon op een gegeven moment bij hem weg (”ze had 100 procent gelijk”). Zijn leven hangt van liegen en bedriegen aan elkaar. Ook tot groot verdriet en ten koste van zijn zoon. Er zijn schrijnende voorbeelden te over hoe Marc smoesjes verzint, zodat hij toch gewoon zijn ding kon doen: drinken. Dat moest en zou gebeuren. “Ik wist van zeventien supermarkten de pauzes van de kassières uit m’n hoofd, want je wilt natuurlijk niet twee keer per dag bij dezelfde kassière in de rij staan. Ik haalde blikjes in een bigshopper of dronk wodka; neutraal van geur en kleur.”

Het is uiteindelijk Marc zelf die bijna drie jaar terug de verslavingskliniek belt. Zijn ex-partner gaat mee naar de intake en de psychiater vertelt hem later: je had code rood. Drie maanden later en je was er niet meer geweest. De zorgverzekeraar gaf niet thuis, maar dank zij de tomeloze inzet van zijn zus is de opname alsnog gelukt. “Die tussenliggende zes weken waren heel dubbel. Er was hulp in zicht, maar aan de andere kant was er tijd en ruimte om door te gaan.” Hij heeft geen idee hoe hij deze periode heeft overleefd (”misschien door vast te houden aan het patroon?”). En de pijn zoop hij simpelweg weg. Onder invloed van alcohol wordt hij uiteindelijk opgenomen. Marc: “In de kliniek heeft de ommekeer plaatsgevonden. De counselors hadden alle grappen en grollen wel meegemaakt en prikten dwars door mij heen en legden de vinger op de zere plek. Na twee weken kwam ik in de overgave en wilde ik ook echt herstellen. Je komt weer op kracht en er is weer ritme in de dag.” Sinds de opname heeft Marc geen druppel meer aangeraakt en is hij nog altijd in herstel. “Dat betekent echt gedragsverandering en die vind ik veel belangrijker.” Eenmaal is hij in een lastig parket geraakt, waardoor hij nooit meer een garnalencocktail zal bestellen. “Ik voelde me zo onrustig en naar van binnen en ik begreep niet waar het vandaan kwam. Totdat ik er achter kwam dat er whisky-cocktailsaus van Calvé was gebruikt. Dit bleek een trigger voor mij te zijn.” Ook zal hij nooit een maaltijdsalade met witte wijnazijn eten en huivert hij voor een narcose en medicatie (”dat verdooft en dat vindt mijn brein fijn”).

De verslaving is chronisch en progressief. Het is een ziekte. “Mijn verslaving zit ook nu – terwijl wij zitten te praten – in de fitnessruimte push-ups te doen. Als ik nu in de verleiding kom om toch te gaan gebruiken dan wil mijn brein direct terug naar het niveau waar ik vandaan ben gekomen. Dat kan mijn lichaam niet aan. Dan zullen mijn organen uit elkaar klappen en dat is geen leuk scenario.” Is dat de stok achter de deur? “Nee, want bij mij is echt wel de gedragsverandering gaan plaatsvinden. Ik hoef mijn beloning niet meer uit drank te halen. Mijn beloning is dat ik nu daadwerkelijk die specht in de boom hoor en kan genieten van een wandeling of een zeegezicht.  Alles komt weer binnen”, glimlacht de Muiderberger. Hij komt zelf nog regelmatig bij de NA (Narcotics Anonymous) in Bussum. “Daar zeggen we altijd: 1 is er teveel en 1.000 is nooit genoeg. En wij ‘gekkies’ zijn met veel hoor. Bij een gemiddelde huisartsenpraktijk is tussen de 3 en 10 procent van de patiënten verslaafd en dat is best veel. Er is zoveel verborgen leed”, aldus Marc die zich realiseert dat het gevaar van verslaving bij hem altijd op de loer ligt. “Maar ik leef weer!”

Met Herstelwijzer wil hij als ervaringsdeskundige heel graag lijdende verslaafden naar herstel brengen. “Ik weet dondergoed wat ik mijn ouders, zus, ex-partner en zoon heb aangedaan, maar we herstellen écht. Daarom gaat nu alle tijd en aandacht naar de ontwikkeling van mijn bedrijf waarbij ik anderen kan helpen. Ik laat niemand in de kou staan.” Hij heeft hiervoor een bups aan studies gevolgd: van social worker en counselor tot klinische psychologie. Hulp nodig? Check www.deverslaving.nl en www.herstelwijzer.nl

 

RSS
Follow by Email
LinkedIn
Share
Instagram